Noodverlichting projecteren in 5 stappen
Als je noodverlichting gaat projecten, kom je gegarandeerd knelpunten tegen. Zelfs bij kleine, eenvoudige gebouwen. Door het volgende stappenplan te volgen, maken we je het projecteren gemakkelijker.
1. Gebruiksfunctie en verblijfsgebieden vaststellen
De gebruiksfunctie is de functie die aan een bepaald gebouw of een gedeelte daarvan is toegekend. In de praktijk is dit een stap die nog wel eens wordt overgeslagen. Maar voor het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, voorheen Bouwbesluit) is dit van groot belang. Of een bedrijfshal bijvoorbeeld een normale industriefunctie of een lichte industriefunctie heeft, heeft invloed op de eisen aan de noodverlichting.
Daarna ga je de verblijfsgebieden vaststellen. Een verblijfsgebied is een onderdeel van het gebruiksgebied of een gedeelte daarvan voor het verblijven van personen voor langere tijd. Voor de verblijfsgebieden moet je de bezettingsgraad bepalen.


2. Bezettingsgraad bepalen
De bezettingsgraad geeft aan voor hoeveel personen een ruimte is ontworpen. Hiermee kun je bepalen of er volgens de wet- en regelgeving noodverlichting hoort te hangen. Zo moet er in ruimtes voor meer dan 50 personen vluchtrouteaanduiding hangen. In ruimtes met meer dan 75 personen moet er ook noodverlichting hangen.
3. Vluchtroutes in kaart brengen
Volgens het Bbl zijn vluchtroutes veilige routes in een gebouw om in geval van nood een veilige plaats te bereiken. Vaak heeft de architect of veiligheidsdeskundige al nagedacht over de ontruiming van het gebouw. Als er ontruimingsplattegronden aanwezig zijn, gebruik deze dan. Heb je die niet, vraag dan de opdrachtgever hoe ontruimingen plaats zullen vinden. Pas als er geen ontruimingsplattegronden zijn, kun je de vluchtroutes zelf bepalen. Dit op basis van eigen inzichten en ervaring. Geef dit wel duidelijk bij de klant aan. Zo wordt jij niet verantwoordelijk gehouden als het niet aansluit bij hetgeen de architect of de opdrachtgever voor ogen hadden.
4. Prestatie-eisen aanwijzen
De prestatie-eisen zijn de eisen gebaseerd op de wet- en regelgeving. De belangrijkste normen en wet- en regelgeving zijn de NEN-EN 1838, het Bbl en het Arbobesluit. Deze heb je met onze prestatie-eisen kaart altijd paraat. Start met het toepassen van de NEN-EN 1838, daarna het Bbl en als laatste het Arbobesluit.
De norm NEN-EN 1838 is de meest praktische norm en geeft een aantal aandachtspunten en eisen aan. Een voorbeeld is de buitenkant van iedere deur, die als nooduitgang in gebruik is. Daar moet noodverlichting hangen. Noodverlichting stopt namelijk niet bij de uitgang. Tevens geeft de NEN-EN 1838 aan dat EHBO-posten en brandblusmiddelen aandachtspunten zijn, want hiervoor gelden andere eisen (5 lux). Ook moet er bij trappen, een verandering van richting en kruisingen van gangen noodverlichting hangen. Een andere eis is dat de luminantie van elk deel van de veiligheidskleur van de vluchtrouteaanduiding minimaal 2 cd/m² moet bedragen in alle relevante kijkrichtingen.
Het Bbl definieert de eisen voor noodverlichting en verwijst, onder andere, naar een aantal artikelen uit de NEN-EN 1838. Een paar van deze eisen zijn bij stap 2 al genoemd, namelijk over de bezettingsgraad. Ook staat in het Bbl dat vluchtrouteaanduiding op een duidelijke waarneembare plaats moet hangen.
Daarnaast eist het Arbobesluit dat de werkgever ervoor moet zorgen dat zijn werknemers zich in veiligheid kunnen brengen. Zo moeten risicovolle werkplekken voorzien zijn van adequate noodverlichting. Deze risicovolle werkplekken komen voort uit de risico-inventarisatie van de organisatie (RI&E). Bekijk hier een lijst met mogelijke risicovolle werkplekken. De Arbowet zegt ook dat vluchtwegen en nooduitgangen, als ze slecht zichtbaar zijn, voorzien moeten zijn van adequate noodverlichting. Ook moeten die altijd open en vrij van obstakels zijn.

Ga naar de cursus
Lees meer over de cursus Projecteringsdeskundige Noodverlichting.
Projecteren maar!
Nadat je de eerste vier stappen hebt doorlopen is het tijd om ook daadwerkelijk te gaan projecteren. Dit kan digitaal of op papier. Bij een digitale projectie heb je de mogelijkheid om gebruik te maken van Autocad en/of PDF. Anders zijn stickers met pijlen een goed alternatief om op een papieren plattegrond de vluchtrouteaanduiding aan te geven.
Bij het projecteren van noodverlichting blijft het zo dat je zelf de nodige ruimte voor een eigen interpretatie van de regelgeving hebt. Maar wat je ook doet, zorg voor een goede onderbouwing. Daarmee onderstreep je jouw expertise naar de klant toe. Wil jij je nog meer bekwamen in het projecteren van noodverlichting? Volg dan de cursus Projecteringsdeskundige Noodverlichting.
Veelgestelde vragen
De basisregels voor noodverlichting zijn dat vluchtroutes altijd duidelijk verlicht en zichtbaar moeten zijn, zodat personen bij een stroomuitval veilig het gebouw kunnen verlaten. Noodverlichting moet voldoen aan de NEN‑EN 50172 en NEN‑EN 1838, correct worden onderhouden volgens de zorgplicht uit het Bbl en het Arbobesluit, en alle inspecties en tests moeten worden gedocumenteerd in een logboek conform de ISSO 79. Daarnaast moeten pictogrammen boven nooduitgangen goed zichtbaar en begrijpelijk zijn, de armaturen CE-gemarkeerd zijn, en de verlichting bij stroomuitval de voorgeschreven minimale bedrijfstijd leveren. Het ontwerp van noodverlichting moet altijd rekening houden met het type gebouw, functie van ruimtes, vluchtweglengtes, obstakels en de aanwezigheid van personeel of bezoekers.
Noodverlichting mag alleen worden geplaatst door bevoegde en opgeleide personen, zoals gecertificeerde elektriciens of installateurs, die ervaring hebben met elektrotechnische installaties en bekend zijn met de NEN‑1010, de instructies van de fabrikant en de geldende normen voor noodverlichting (NEN‑EN 50172, NEN‑EN 1838). Dit waarborgt dat de armaturen veilig en correct worden geïnstalleerd, de CE-markering behouden blijft en dat de verlichting bij een stroomuitval betrouwbaar functioneert.
Het aansluiten van noodverlichting mag alleen worden uitgevoerd door bevoegde en opgeleide personen, zoals installateurs, en moet altijd gebeuren volgens de fabrikantinstructies en de NEN‑1010. De armaturen worden aangesloten op de netvoeding, eventueel via een aparte groep of circuit, en de accu’s worden correct geïntegreerd zodat bij stroomuitval de verlichting automatisch inschakelt. Tijdens de aansluiting moet erop worden gelet dat alle componenten veilig zijn bedraad, dat de CE-markering behouden blijft en dat de installatie voldoet aan de normen NEN‑EN 50172 en NEN‑EN 1838, zodat de noodverlichting betrouwbaar en normconform functioneert.
Noodverlichting wordt idealiter op een aparte groep of circuit aangesloten, zodat storingen in andere delen van de installatie de werking van de noodverlichting niet beïnvloeden. Dit is belangrijk om te garanderen dat de armaturen bij een stroomuitval altijd blijven functioneren. Bovendien maakt dit in sommige gevallen het testen op de werking makkelijker en veiliger. Volgens de NEN‑1010 en de richtlijnen voor noodverlichting (NEN‑EN 50172, NEN‑EN 1838) mag het aansluiten op een bestaande groep alleen als de betrouwbaarheid en veiligheid gewaarborgd blijven. Alle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door bevoegde en opgeleide personen.
Het ontwerp van noodverlichting moet voldoen aan de normen NEN‑EN 50172 en NEN‑EN 1838, en daarnaast rekening houden met de zorgplicht uit het Bbl en het Arbobesluit. Dit houdt onder andere in dat vluchtwegen, nooduitgangen en kritieke werkplekken voldoende verlicht zijn bij stroomuitval, dat pictogrammen duidelijk zichtbaar zijn, en dat de armaturen minimaal de voorgeschreven bedrijfstijd leveren. Het ontwerp moet ook rekening houden met de functie van de ruimte, obstakels, afstand tussen armaturen, type armatuur en lichtsterkte, en alle keuzes moeten worden gedocumenteerd in een noodverlichtingplan. Het plan vormt een basis voor inspecties, onderhoud en verificatie dat de installatie veilig en betrouwbaar is.
Voor het projecteren van noodverlichting moeten verschillende technische gegevens bekend zijn. Hierbij wordt gekeken naar de verlichtingssterkte op de vloer en op kritieke punten zoals trappen en deuren, de afstand tussen armaturen zodat de verlichting gelijkmatig is zonder donkere plekken, en de aanwezigheid van obstakels zoals wanden, meubels of machines die het licht kunnen blokkeren. Daarnaast is het belangrijk om de hoogte en positie van de armaturen te kennen, het type armatuur en lichtbron, inclusief de capaciteit en bedrijfstijd van de accu, en de functie van de ruimte, bijvoorbeeld kantoor, winkel of trappenhuis, omdat dit bepaalt welke categorie noodverlichting vereist is. Al deze gegevens worden gebruikt om een nauwkeurige berekening en simulatie te maken met tools zoals Autocad of Dialux Evo, zodat de vluchtwegen veilig en normconform verlicht zijn.
Bij het projecteren van noodverlichting worden doorgaans vijf stappen gevolgd om een betrouwbaar en normconform plan te maken. De eerste stap is het inventariseren van het gebouw, waarbij alle ruimtes, vluchtwegen, trappen en nooduitgangen worden in kaart gebracht. De tweede stap is het bepalen van de vereisten, zoals de functie van de ruimte, de vereiste verlichtingssterkte en de minimale bedrijfstijd van de verlichting volgens NEN‑EN 50172 en NEN‑EN 1838. De derde stap is het kiezen van armaturen en hun posities, rekening houdend met zichtlijnen, obstakels en de afstand tussen armaturen. De vierde stap is het uitvoeren van berekeningen en simulaties, bijvoorbeeld met software zoals Autocad of Dialux Evo, om te controleren of de vluchtwegen voldoende verlicht zijn en dat pictogrammen duidelijk zichtbaar zijn. De vijfde stap is het vastleggen van het noodverlichtingsplan, inclusief alle keuzes, berekeningen en posities, zodat dit plan kan worden gebruikt voor installatie, onderhoud en inspectie, en aantoonbaar voldoet aan de zorgplicht uit het Bbl en het Arbobesluit.
Bij het projecteren van noodverlichting kunnen verschillende softwaretools worden gebruikt om een nauwkeurig en normconform plan op te stellen. Veelgebruikte programma’s zijn Autocad, waarmee de plattegrond en armatuurposities gedetailleerd kunnen worden uitgewerkt, en Dialux Evo, waarmee verlichtingsberekeningen en simulaties kunnen worden uitgevoerd om te controleren of de vluchtwegen voldoende verlicht zijn en dat pictogrammen goed zichtbaar zijn. Deze tools helpen bij het berekenen van verlichtingssterkte, afstand tussen armaturen en het effect van obstakels, zodat het ontwerp betrouwbaar, veilig en volledig in lijn met de normen NEN‑EN 50172, NEN‑EN 1838 en de zorgplicht uit het Bbl en het Arbobesluit wordt uitgevoerd.
Het projecteren van noodverlichting betekent het ontwerpen en plannen van een noodverlichtingssysteem voor een gebouw, zodat bij stroomuitval alle vluchtwegen, nooduitgangen en kritieke werkplekken veilig en normconform verlicht zijn. Dit omvat het in kaart brengen van het gebouw, het bepalen van de vereiste verlichtingssterkte, het kiezen van geschikte armaturen en hun posities, en het berekenen en simuleren van de verlichting met behulp van tools zoals Autocad of Dialux Evo. Het resultaat is een noodverlichtingsplan dat dient als basis voor installatie, onderhoud en inspecties, en waarmee wordt voldaan aan de normen NEN‑EN 50172, NEN‑EN 1838 en de zorgplicht uit het Bbl en het Arbobesluit.
Een noodverlichtingsproject mag worden ontworpen door bevoegde en opgeleide personen die ervaring hebben met elektrotechnische installaties en bekend zijn met de relevante normen en wetgeving, zoals NEN‑EN 50172, NEN‑EN 1838, het Bbl en het Arbobesluit. Dit kunnen bijvoorbeeld gecertificeerde installateurs of technisch ontwerpers zijn die een opleiding of certificering hebben gevolgd op het gebied van noodverlichting en gebouwveiligheid. Het is belangrijk dat de ontwerper in staat is om een volledig en normconform noodverlichtingsplan op te stellen, inclusief berekeningen, armatuurposities, bedrijfstijden en documentatie voor inspectie en onderhoud.
Noodverlichting wordt automatisch ingeschakeld wanneer de netvoeding wegvalt, zodat bij een stroomuitval de vluchtwegen en nooduitgangen direct verlicht zijn. Dit gebeurt doordat de armaturen zijn aangesloten op een accu of batterij, die de verlichting voedt zodra er geen spanning meer op het reguliere netwerk staat. De schakelingslogica en accu’s moeten correct zijn ontworpen en aangesloten door bevoegde en opgeleide personen, en de installatie moet voldoen aan de normen NEN‑EN 50172 en NEN‑EN 1838, zodat de verlichting betrouwbaar functioneert gedurende de vereiste bedrijfstijd.
Noodverlichting moet regelmatig worden geïnspecteerd om te garanderen dat de installatie betrouwbaar functioneert bij een stroomuitval. Volgens de normen NEN‑EN 50172 en NEN‑EN 1838, en in lijn met de zorgplicht uit het Bbl en het Arbobesluit, moeten armaturen minimaal één keer per maand visueel en functioneel worden gecontroleerd, en dient er jaarlijks een uitgebreide inspectie plaats te vinden waarbij alle componenten, inclusief accu’s, lampen en voedingen, worden getest en indien nodig gerepareerd of vervangen. Alle inspecties en resultaten moeten worden vastgelegd in het logboek, zodat aantoonbaar is dat de noodverlichting normconform, veilig en betrouwbaar is.



