Is noodverlichting verplicht in appartementencomplexen?
In het trappenhuis van een appartementen gebouw is noodverlichting niet verplicht. Een hoog (> 70 meter) woongebouw geldt als uitzondering.
Wat zegt het Besluit bouwwerken leefomgeving (en voorheen het Bouwbesluit)?
Om te beginnen moeten we ons afvragen wie verplichtingen stelt aan de
(nood-)verlichting. Dat is, in basis, uiteraard de wetgever. De verplichting tot de aanwezigheid van een verlichtingsinstallatie staat beschreven in paragraaf 4.7.1 van het Bbl. In het aansturingsartikel wordt al direct de reden vermeldt voor de verplichting van een verlichtingsinstallatie: “Een bouwwerk heeft een zodanige verlichtingsinstallatie dat het bouwwerk veilig kan worden gebruikt en verlaten.” (nb deze tekst is ten opzichte van voormalig Bouwbesluit ongewijzigd!)
Het gaat dus om de veiligheid van de in het bouwwerk aanwezige personen.
In artikel 4.194 lid 4 staat het volgende beschreven: ‘een ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, heeft een verlichtingsinstallatie die een op de vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van tenminste 1 lux.’ De enige manier om dit te borgen is door middel van vluchtwegverlichting.
Daarnaast beschrijft artikel 4.195 specifiek de noodverlichting, die verplicht is in verblijfsruimten voor meer dan 75 personen. De bijbehorende tabel geeft daarbij aan dat dit niet geldt voor gebouwen met (uitsluitend) een gebruiksfunctie wonen.
Vergeet ook niet te kijken naar de bouwvergunning…het kan goed zijn dat er in deze vergunning eisen over noodverlichting beschreven staan.
Wat zegt de Arbowet?
De Arbowet komt om de hoek zodra er een werkgever – werknemer relatie is. Voor de inrichting van arbeidsplaatsen geldt dat ‘Vluchtwegen en nooduitgangen die bij het uitvallen van de verlichting slecht zichtbaar zijn, zijn voorzien van een adequate noodverlichting‘. Zodra de schilder, glazenwasser, installateur of liftmonteur zijn personeel in een complex laat werken moet daar dus noodverlichting aanwezig zijn.
We kunnen dus concluderen dat noodverlichting verplicht is in de van toepassing zijnde ruimtes in appartementencomplexen.
Gerelateerde kennisbank artikelen
Vanuit de wetgeving moet de noodverlichtingsinstallatie zowel onderhouden als geïnspecteerd worden. Alleen onderhoud is dus niet voldoende. Lees meer
Voor een bouwvergunning moet je weten welke eisen de gemeente stelt met betrekking tot noodverlichting en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Het plan van eisen voor noodverlichtingsinstallaties zorgt voor duidelijke afspraken bij aanbesteding, realisatie, inspecties en onderhoud.
Veelgestelde vragen over noodverlichting in appartementencomplexen
Flatgebouwen hebben volgens het Bbl in principe geen noodverlichting nodig, omdat woningen doorgaans directe en veilige vluchtroutes hebben. Wel wordt noodverlichting verplicht wanneer er gemeenschappelijke of afgesloten vluchtroutes zijn die onvoldoende natuurlijk verlicht zijn, zoals in trappenhuizen van grote flats. Daarnaast stelt het Arbobesluit dat werkgevers en gebouwbeheerders verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van personen in gebouwen, inclusief voldoende verlichting van vluchtroutes bij noodsituaties. Dit betekent dat in gebouwen met publieke toegang of waar personeel aanwezig is, zoals een verzorgingsflat met gemeenschappelijke ruimten, noodverlichting wél verplicht kan zijn. NEN-EN 1838 beschrijft de functionele lichttechnische eisen en NEN-EN 50172 geeft richtlijnen voor beheer en onderhoud.
Noodverlichting is niet in alle gebouwen wettelijk verplicht, maar hangt af van het gebruik en de risico’s van het gebouw. Volgens het Bbl is noodverlichting verplicht in gebouwen waar de vluchtroutes niet direct zichtbaar of veilig bereikbaar zijn, zoals bij grote kantoren, winkels, ziekenhuizen of openbare gebouwen, en in bepaalde gemeenschappelijke ruimtes van flatgebouwen. Daarnaast schrijft het Arbobesluit voor dat werkgevers en beheerders ervoor moeten zorgen dat vluchtroutes voor personeel en bezoekers veilig en goed verlicht zijn, zodat iedereen bij een noodsituatie snel kan evacueren. NEN-EN 1838 geeft aan hoe de verlichting moet functioneren en NEN-EN 50172 beschrijft hoe deze periodiek getest en onderhouden moet worden.
De verantwoordelijkheid voor noodverlichting ligt in de meeste gevallen bij de eigenaar of beheerder van het gebouw, dus meestal de verhuurder. Dit komt doordat het Bbl voorschrijft dat de veiligheid van vluchtwegen en verlichting gewaarborgd moet zijn voor alle gebruikers van het gebouw. De huurder is doorgaans verantwoordelijk voor het gebruik van het pand en het melden van storingen, maar niet voor de installatie of het onderhoud van de noodverlichting zelf. In het geval dat het huren voor een werkbestemming gebeurt, kan er vanuit het Arbobesluit ook een verantwoordelijkheid voor de noodverlichting zijn. Voor gemeenschappelijke ruimtes in flatgebouwen of andere woongebouwen betekent dit dat de verhuurder of VvE moet zorgen dat de verlichting aanwezig, functioneel en regelmatig gecontroleerd wordt.
De verantwoordelijkheid voor noodverlichting hangt af van de functie van het gebouw en wie het gebruikt. In werk- of publieksgebouwen kan de verplichting volgens het Arbobesluit bij de gebruiker of huurder liggen, omdat die moet zorgen voor veilige vluchtwegen voor personeel en bezoekers. In woongebouwen ligt de verantwoordelijkheid meestal bij de eigenaar of beheerder, zoals de verhuurder of VvE, omdat zij verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van gemeenschappelijke vluchtroutes. Het is dus altijd belangrijk om te kijken naar de functie van het gebouw en de rol van de betrokken partijen bij het beheer en onderhoud van de noodverlichting.
Noodverlichting is in appartementen in principe niet verplicht, omdat de individuele woningen directe en zichtbare vluchtroutes hebben. Volgens het Bbl zijn woningen en appartementen uitgezonderd van de algemene noodverlichtingsplicht, tenzij er sprake is van gemeenschappelijke vluchtwegen zoals trappenhuizen, gangen of kelderruimten die langer zijn, afgesloten zijn of onvoldoende natuurlijk verlicht worden. In die gevallen moet de eigenaar of VvE zorgen dat de noodverlichting aanwezig en functioneel is, conform de richtlijnen uit NEN-EN 1838 voor verlichting en NEN-EN 50172 voor beheer en onderhoud.
Een appartementencomplex hoeft volgens het Bbl in principe geen noodverlichting te hebben, omdat woningen directe en zichtbare vluchtroutes hebben. Wel wordt noodverlichting verplicht wanneer er gemeenschappelijke vluchtwegen zijn die onvoldoende verlicht of afgesloten zijn, zoals grote trappenhuizen of kelderruimten. Daarnaast stelt het Arbobesluit dat wanneer er bijvoorbeeld technisch of verzorgend personeel aanwezig is, zoals in zorgflats of woongebouwen met gemeenschappelijke faciliteiten, de beheerder of werkgever moet zorgen dat vluchtwegen voldoende verlicht zijn en veilig kunnen worden gebruikt. Dit betekent dat in dergelijke gevallen noodverlichting verplicht kan zijn, ook in woongebouwen, om te voldoen aan de veiligheidseisen voor personeel en bezoekers. NEN-EN 1838 en NEN-EN 50172 geven daarbij de functionele en onderhoudsrichtlijnen.
In een appartementencomplex ligt de verantwoordelijkheid voor het installeren en onderhouden van de noodverlichting, indien deze aanwezig moet zijn, meestal bij de eigenaar of VvE, omdat zij de beheerder zijn van de gemeenschappelijke ruimtes en vluchtwegen. Zij moeten ervoor zorgen dat de verlichting aanwezig, functioneel en goed onderhouden is, zodat deze voldoet aan de eisen uit NEN-EN 1838 voor lichttechnische prestaties en NEN-EN 50172 voor beheer en periodieke controles. Als er in het gebouw echter personeel aanwezig is, bijvoorbeeld in zorg- of serviceflats, kan volgens het Arbobesluit de verantwoordelijkheid ook deels bij de werkgever of beheerder van de faciliteiten liggen om te zorgen voor veilige en verlichte vluchtroutes.
Bouw- of brandveiligheidscertificeringen voor woongebouwen geven aan dat noodverlichting in principe niet verplicht is in individuele woningen, omdat de vluchtroutes direct en zichtbaar zijn. Wel kan certificering aanvullende eisen stellen voor gemeenschappelijke ruimtes, zoals trappenhuizen, gangen of kelderruimten, vooral wanneer deze langer zijn, afgesloten of onvoldoende verlicht. Daarnaast kan in woongebouwen waar technisch of verzorgend personeel aanwezig is, de certificering verwijzen naar het Arbobesluit, dat stelt dat vluchtwegen veilig en goed verlicht moeten zijn. Wanneer noodverlichting aanwezig is, moet deze voldoen aan NEN-EN 1838 voor de lichttechnische prestaties en aan NEN-EN 50172 voor periodiek onderhoud en beheer.
Er zijn uitzonderingen. In kleine gebouwen of gebouwen met weinig verdiepingen is noodverlichting vaak niet verplicht, omdat de vluchtroutes in deze situaties direct zichtbaar en goed bereikbaar zijn, wat voldoet aan de functionele eisen van het Bbl. Noodverlichting wordt pas verplicht wanneer vluchtroutes lang, afgesloten of onvoldoende verlicht zijn, zoals in grotere gebouwen, ondergrondse ruimten of gebouwen met complexe indelingen. Ook het Arbobesluit kan eisen stellen voor de aanwezigheid van noodverlichting in kleinere gebouwen wanneer er personeel en/of bezoekers aanwezig zijn en veilige vluchtwegen nodig zijn. Wanneer noodverlichting aanwezig is, moeten de armaturen voldoen aan NEN-EN 1838 voor verlichting en NEN-EN 50172 voor beheer en onderhoud.
Regelmatig onderhoud van noodverlichting is verplicht. Volgens NEN-EN 50172 moeten alle onderdelen van een noodverlichtingssysteem regelmatig gecontroleerd en getest worden, inclusief lampen, accu’s, automatische zelftests en de zichtbaarheid van pictogrammen. NEN-EN 1838 schrijft voor dat de verlichting daarbij de vereiste lichtsterkte en dekking blijft leveren. Daarnaast stelt het Bbl dat noodverlichting adequaat moet worden onderhouden zodat vluchtwegen te allen tijde veilig en goed zichtbaar blijven, en het Arbobesluit legt werkgevers en gebouwbeheerders op dat zij verantwoordelijk zijn voor veilige en verlichte vluchtroutes voor personeel en bezoekers. Adequaat onderhoud garandeert dus dat de noodverlichting betrouwbaar blijft en aan alle wettelijke en functionele eisen voldoet.
Als je merkt dat de noodverlichting niet werkt, moet je dit direct melden bij de verantwoordelijke beheerder of eigenaar van het gebouw, bijvoorbeeld de verhuurder, VvE of de werkgever. Het defect moet zo snel mogelijk worden gerepareerd of vervangen om te blijven voldoen aan de eisen uit NEN-EN 1838 voor lichtsterkte en dekking en NEN-EN 50172 voor beheer en onderhoud. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de vluchtwegen tijdelijk extra worden gemarkeerd of verlicht, zodat de veiligheid van bewoners, personeel of bezoekers niet in gevaar komt. In gebouwen met personeel of publiek kan het Arbobesluit ook verplichten om onmiddellijk maatregelen te nemen totdat de verlichting is hersteld.
De controle van noodverlichting wordt uitgevoerd door de verantwoordelijke beheerder of eigenaar van het gebouw, zoals de verhuurder, VvE of werkgever. Dit kan intern door opgeleid personeel gebeuren, of door een externe partij gespecialiseerd in noodverlichting. Volgens NEN-EN 50172 moet de verlichting regelmatig worden getest, inclusief automatische zelftests, functionele tests en controle van accu’s en lampen. Daarnaast schrijft NEN-EN 1838 voor dat de verlichting te allen tijde voldoende lichtsterkte en dekking moet bieden. In gebouwen met personeel of bezoekers is de verantwoordelijke volgens het Arbobesluit verplicht deze controles uit te voeren, zodat de vluchtwegen veilig blijven en het gebouw blijft voldoen aan de eisen uit het Bbl.

